Pravini Baboeram is artiest en activist, die kunst creëert om bij te dragen aan sociale verandering. Als artiest in eigen beheer heeft ze haar eigen label Pravini Productions opgericht, dat 5 albums, 6 singles en 5 internationale tours heeft geproduceerd. Ze is mede-oprichter van Holi is geen Houseparty, een actiegroep die strijdt tegen culturele kaping van het Hindoe lentefeest Holi, en initiatiefnemer van de Anti-racisme Stemwijzer. Ook heeft ze de campagne Tetary Moet Opstaan geleid, een crowdfunding actie voor het vervangen van het standbeeld van kolonisator Barnet Lyon door de Hindostaanse verzetsstrijder Janey Tetary. Pravini heeft ook Indian History Month opgezet om verhalen en bijdragen van mensen uit de Indiase diaspora te vieren. In 2019 bracht ze haar nieuwe album uit en documentaire “The Uprising”, een film over de anti-racismebeweging in Europa. Met deze film levert Pravini een innovatieve bijdrage aan het documentaire genre, waarin ze kunst en activisme op unieke wijze met elkaar verbindt.

EEN PERSOONLIJKE NOOT: CHE GUEVARA OP DE MUUR

Ik herinner me Che Guevara op de muur van onze studeerkamer. In mijn jeugd vatte ik het op als decor in ons huis, een kunstwerk dat bedoeld was om de ruimte mooier te maken. Nu realiseer ik me hoezeer dit decor mij als persoon en als artiest heeft gevormd. Het hing niet aan de muur uit naam van kunst. Het was een bewuste beslissing om een ruimte van empowerment en trots te creëren. Het was een weerspiegeling van de geschiedenis van mijn ouders als sociale activisten en hun visie voor de toekomst, waarin hun kinderen een gevoel van waardigheid en sociaal bewustzijn zouden dragen.

Hoewel ik altijd de verantwoordelijkheid voelde om bij te dragen aan sociale rechtvaardigheid, heb ik dit nooit gekoppeld aan mijn passie voor kunst. Integendeel, ik had het idee dat ik de twee aspecten moest scheiden om te slagen. Je uitspreken tegen racisme als vrouw van kleur leek niet samen te gaan met commercieel succes. In eerste instantie maakt dit niet zoveel uit voor mij, omdat ik niet de behoefte voelde om deze problemen als artiest te agenderen. Ik deed vrijwilligerswerk en in mijn vrije tijd richtte ik me op het ontwikkelen van mezelf als singer/songwriter en performer. Ondanks vele inspanningen, van talentenwedstrijden tot open mic-avonden tot uitbreiding van mijn netwerken in de muziekindustrie, lukte het me niet om getekend te worden door een platenlabel.

Mijn ondernemersgeest werd aangewakkerd en ik besloot in 2006 mijn eigen label op te zetten, Pravini Productions, en mijn eigen platen te produceren en uit te brengen. Als artiest in eigen beheer heb ik sindsdien 5 albums uitgebracht, met singles als ‘Cuz I’m A Lady’, Armed & Sexy en Give Back. Mijn internationale focus leidde tot muziektournees naar de Verenigde Staten, Suriname en het Verenigd Koninkrijk. Mijn gemeenschap toonde mij liefde door mijn ontwikkeling als artiest te erkennen met de HSFN Music Award (2006), de Shakti Award (2010), een nominatie voor Best New Artist voor de Suripoku Awards in Suriname (2013) en een nominatie voor Beste Vrouwelijke Artiest voor de Hindipop Music Awards (2014).

Met de support van mijn gemeenschap voelde ik me klaar om over te steken naar een mainstream publiek. Terwijl de sociale spanningen in Nederland toenamen, als gevolg van protesten tegen Zwarte Piet, probeerde ik een evenwicht te vinden tussen trouw blijven aan mijn eigen morele waarden en toch een mainstream aantrekkingskracht behouden. Dit werd steeds moeilijker, omdat het debat ook invloed had op kunstplatforms. Was ik bereid om op te treden in een ruimte die Zwarte Piet viert? Dit waren vragen waar ik mee worstelde.

Het publieke debat over Zwarte Piet dwong iedereen, inclusief mij, om kleur te bekennen. Ik besefte dat ik mijn standpunten over deze kwesties niet langer wilde verbergen. Ik begon dekoloniale platforms op te zoeken, ruimtes die institutioneel racisme erkennen en op zoek zijn naar manieren om dit onrecht te bestrijden. Tijdens één van deze ontmoetingen kwam ik het lied “Anacaona” tegen van Cheo Feliciano, een lied ter nagedachtenis aan de Taíno-krijger van verzetsstrijder Anacaona. Het inspireerde me om een verborgen heldin uit de Hindoestaanse gemeenschap, Janey Tetary, te vieren. Samen met hiphopartiest 3wish en zangeres Sangeeta Bhageloe hebben we het nummer “Tetary” geschreven. In die samenwerking voelde ik de kracht van kunst en activisme. Het lied was een manier om een gevoel van trots te vieren en discussie te voeren over de impact en de erfenis van de koloniale geschiedenis.

Tijdens het werken aan het Tetary-eerbetoon volgde ik internationale ontwikkelingen zoals de beweging “Rhodes moet vallen” in Zuid-Afrika en discussies over het verwijderen van standbeelden van koloniale figuren. Het veroorzaakte discussies in onze eigen gemeenschap over koloniale standbeelden in Suriname, zoals het standbeeld van Barnet Lyon, die verantwoordelijk was voor de moord op Tetary tijdens de opstand in 1884. Geïnspireerd door de beweging “Rhodes moet vallen” raakte ik betrokken bij een beweging die opriep het standbeeld van Barnet Lyon te vervangen door een standbeeld van Tetary. Met een “Barnet Lyon moet vallen, Tetary moet stijgen” campagne heb ik een crowdfundingplan opgesteld om geld in te zamelen voor een standbeeld. Dankzij geweldige samenwerkingsverbanden met organisaties in Nederland en Suriname konden we inderdaad Barnet Lyon laten vallen en het opstaan van het standbeeld van Tetary vieren op 24 september 2017.

De Tetary-campagne inspireerde mij om andere initiatieven op te zetten die gebaseerd zijn op een dekoloniaal kader en institutioneel racisme uitdagen. Initiatieven zoals Holi is geen Houseparty, om culturele kaping van het Hindoe lentefestival Holi te bestrijden, en de Anti-Racisme Stemwijzer om de standpunten van politieke partijen over specifieke antiracismekwesties voor gemeenteraadsverkiezingen helder te krijgen. Ik wilde ook uiting geven aan solidariteit met andere bewegingen die vergelijkbare doelen hadden, dus sloot ik me aan bij de Kick Out Zwarte Piet-protesten en nam de BDS-principes over om de strijd voor bevrijding van Palestina te steunen.

Al deze ervaringen begonnen ook in mijn kunst tot uiting te komen, omdat ik alles wat ik tegenkwam verwerkte via muziek. Ik realiseerde mij dat ik niet langer mijn politieke opvattingen wilde scheiden van mijn kunst en bereid was om welke consequenties dan ook te accepteren in termen van commercieel succes. Kunst was niet langer een doel op zich, maar een middel om een doel te bereiken. Een manier om bij te dragen aan sociale verandering en om onze mensen te empoweren. En dus denk ik terug aan die foto van Che Guevara op de muur. Het doet me denken aan een kracht die er altijd was, ook al besefte ik het niet. Het was altijd op de achtergrond aanwezig om mij te leiden. Maar nu is het helder en in focus, en herinnert het mij eraan om mijn volledige en authentieke zelf te zijn. En dus ga ik door met het creëren van kunst waarvan ik hoop dat het mensen kracht geeft en inspireert om hun waarheid te delen.

 

Pravini